Cookies



DVI en HDMI versus Component Video – wat is beter?

27 november 2006 08:33 door Hans Wind

DVI, HDMI en Component VideoNu DVI en HDMI verbindingen steeds populairder worden ontvangen we nogal eens de vraag: wat is nu eigenlijk beter, DVI, HDMI of Component Video? Het antwoord ligt niet altijd voor de hand.

Om te beginnen kunnen we al één aspect noemen dat veel verwarring kan wegnemen: qua beeldkwaliteit zijn HDMI en DVI volledig gelijkwaardig. Het belangrijkste verschil ligt in het feit dat HDMI geluid doorgeeft en DVI niet, daarnaast hebben deze standaards ieder hun eigen stekker aansluiting. Beide standaards gebruiken hetzelfde coderingsschema en daardoor kunnen DVI uitgangen worden aangesloten op een HDMI beeldscherm of omgekeerd. Daarvoor is dan wel een DVI-HDMI verloopkabel noodzakelijk waarmee dan uiteraard geen geluid zal worden doorgegeven.

De essentie van dit artikel – voor degenen die geen zin hebben om het totale, technische verhaal te lezen – is dat het lastig is om te voorspellen of een digitale DVI of HDMI verbinding een beter of slechter beeld zal opleveren dan een analoge Component Video verbinding. Vaak zullen er behoorlijke verschillen bestaan tussen de digitale en analoge resultaten maar die verschillen hebben dan niet zo zeer te maken met de gekozen verbindingskabel maar zullen eerder afhankelijk zijn van de combinatie van de signaal bron (b.v. uw DVD speler ) en het weergave apparaat ( b.v. uw HDTV ). Waarom dat dan zo is vraagt echter wel wat meer toelichting.


Wat is DVI, HDMI en Component Video
DVI/HDMI en Component Video zijn allemaal video standaards die een verscheidenheid aan beeldformaten (resoluties) tussen de bron en het beeldscherm kunnen transporteren maar ze doen dat wel op hun eigen manier. Het belangrijkste verschil is dat DVI/HDMI een digitaal signaal doorgeeft, grofweg vergelijkbaar met de manier waarop een digitaal bestand tussen computers wordt verstuurd. Component Video is een analoog formaat dat het signaal doorgeeft als een reeks van continue wisselende voltages die de rode, groene en blauwe componenten van het beeld doorgeven.

Zowel DVI/HDMI als Component Video leveren een signaal met afzonderlijke Rood, Groen en Blauw componenten en synchronisatie informatie waarmee het beeldscherm kan bepalen wanneer een nieuwe beeldlijn of nieuw beeld begint. Bij DVI/HDMI wordt deze informatie doorgegeven over data stromen in een formaat dat T.M.D.S. wordt genoemd, wat staat voor “Transmission Minimized Differential Signaling”. Simpel gezegd is T.M.D.S. een blauw signaal waaraan horizontale en verticale synchronisatie informatie is toegevoegd met daarnaast een apart groen en rood signaal.

Component Video wordt ook doorgegeven met de drie kleuren apart maar deze standaard gebruikt daarbij een zogenaamd “kleur-verschil” systeem dat bestaat uit Luminantie (het “Y”, of groen signaal dat de helderheid van het beeld aangeeft), Blauw minus luminantie (het “Pb” of blauw signaal) en Rood minus Liminantie (het “Pr” of rood signaal). De horizontale en verticale synchronisatie signalen worden geleverd door het Y kanaal. Het beeldscherm berekent vervolgens de rood, groen en blauw waarden uit de Y, Pb en Pr signalen.

Fundamenteel bezien hebben de beide soorten signalen veel overeenkomsten; ze scheiden de beeldinformatie op vergelijkbare manieren en leveren een zelfde soort informatie aan het beeldscherm. De mate waarin ze verschillen is, zoals we zullen zien, in grote mate afhankelijk van de specifieke eigenschappen van de signaal bron, het beeldscherm en ook van de gebruikte kabel.

Is digitaal dan niet altijd beter?
Veel schrijvers op HDTV gebied nemen aan dat digitaal altijd staat voor beter. Het transport van digitaal signaal op zichzelf is inderdaad ook “fout-vrij” terwijl een analoog signaal altijd in zekere mate kwaliteitsverlies kan vertonen. Er zit natuurlijk een kern van waarheid in dit argument maar in de praktijk liggen de zaken vaak wat gecompliceerder. In de eerste plaats is het niet zo aannemelijk dat een analoog Component Video signaal een werkelijk waarneembare verslechtering zal vertonen, zelfs vaak niet op redelijke afstand. De maximale afstand van verbindingen in thuisbioscoop opstellingen zijn meestal geen enkel probleem voor hoogwaardige analoge kabels. Ten twee is het een omstreden aanname dat digitaal transport altijd foutloos is. DVI en HDMI signalen hebben geen ingebouwde foutcorrectie; zodra informatie verloren gaat is die ook definitief weg. Dat is geen probleem met kwaliteitskabel over kortere afstanden, maar kan wel degelijk een probleem worden bij grotere afstanden.

Wat bepaalt nu uiteindelijk de beeld kwaliteit
Om verschillende redenen wordt video informatie niet altijd één op één overgebracht van bron naar weergegeven beeld. Slechts een klein aantal beeldschermen werken op de oorspronkelijke resolutie van het bron materiaal, dus wanneer je video bekijkt in 720p of 1080i dan wordt dit vaak omgezet van of naar een andere resolutie. Niet alle beeldschermen hebben precies het aantal beeldlijnen van HDTV maar hebben bijvoorbeeld 768 of 1024 beeldlijnen. In veel gevallen is dus bewerking van het oorspronkelijke beeld noodzakelijk.

Er wordt nog wel eens gesteld dat optimale kwaliteit ontstaat wanneer je, via DVI of HDMI, een DVD of digitaal satelliet signaal aansluit op een LCD of Plasma beeldscherm dat precies de resolutie heeft van de signaal bron. In dat geval hoeft het signaal immers nauwelijks bewerkingen te ondergaan. Dat is echter niet het geval omdat de digitale signalen op verschillende manieren gecodeerd zijn en toch zullen moeten worden omgezet en verwerkt om weergave op het beeldscherm mogelijk te maken. Er wordt dus altijd wel de één of andere signaal verwerking toegepast en dat gaat helaas niet altijd probleemloos. Omzetting van “digitaal naar digitaal” is ook zeker niet altijd beter dan van “digitaal naar analoog” en in de praktijk kan de eerstgenoemde conversie nog wel eens aanzienlijk slechter zijn. Het resultaat hangt sterk af van de kwaliteit van de gebruikte elektronica. In het algemeen kunnen we stellen dat het bij consumenten apparatuur zeer moeilijk is om uit te vinden hoe nu precies de signaal verwerking gebeurt voor de verschillende bronnen. Dergelijke informatie is vaak niet of nauwelijks te vinden in de bijgeleverde documentatie en zelfs wanneer je die gegevens zou vinden is het nog steeds lastig om te beoordelen wat nu beter of slechter zal zijn.

Daarnaast is het vaak nog eens zo dat de weergaveresultaten van de verschillende apparaat ingangen anders ingesteld zijn. Zo kan de zwartweergave aanzienlijk verschillen tussen de digitale en analoge ingangen en afhankelijk van de instellingsmogelijkheden van het beeldscherm kan dat dan wel of niet gecorrigeerd worden.

De rol van de kabel en kwaliteit van de verbinding
Over het algemeen zal de kwaliteit van de verbindingskabel geen belangrijke factor zijn bij vergelijking van DVI/HDMI ten opzichte van Component Video zolang er maar sprake is van goede kwaliteit kabels. Er zijn echter situaties waarin de kabel wel degelijk een rol gaat spelen.

Analoog Component video is een extreem robuust signaal type; er zijn voorbeelden van situaties waarbij dit signaal zonder versterking afstanden tot 70 meter kon afleggen zonder kwaliteitsproblemen. Wel is het zo dat bij grotere afstanden de zogenaamde impedantie van de kabel aan strikte normen moet voldoen (ideaal gesproken 75 Ohm +/- 1,5 ) om signaal vervorming te voorkomen.

DVI/HDMI signalen zijn helaas minder robuust. Hier speelt een soortgelijk aspect als bij analoog: een strikte beheersing van de impedantie is essentieel. Toen de professionele video industrie over ging op digitale signalen werd SDI ( serial digital video ) als standaard gekozen. Deze standaard was gekozen in combinatie met transport over coaxkabel, waarin de impedantie nauwkeurig kan worden gecontroleerd met als gevolg dat ongecomprimeerde HDTV signalen over behoorlijke afstanden konden worden getransporteerd. Om onverklaarbare redenen hebben de ontwerpers van de DVI en HDMI standaards er echter voor gekozen om niet coaxkabel maar zogenaamde twisted pair kabels te gaan gebruiken. Helaas hebben de beste twisted pair kabels een variatie in impedantie van +/- 10%. Hierdoor kan bij grotere afstanden vervorming of zelfs verlies van informatie optreden. Doordat er geen foutcorrectie protocol bestaat bij DVI/HDMI is er geen mogelijkheid om de verloren informatie te herstellen.

Om de geschetste redenen kunnen DVI/HDMI verbindingen prima werken bij kortere verbindingen maar is er een scherp omslagpunt in kwaliteit van het signaal wanneer de kabel maar iets langer wordt gemaakt. Een kabel kan perfect werken bij 7 meter, problemen gaan vertonen bij 8 meter en compleet niet meer werken bij 10 meter. Helaas is er geen algemene regel tot op welke afstand een DVI/HDMI kabel betrouwbaar kan werken. Er zijn voorbeelden bekend waarbij dat tot 17 meter mogelijk was maar over het algemaan is dat niet aan te raden.

Is er een duidelijke conclusie?
Wat is nu uiteindelijk beter, HDMI of Component Video? Het antwoord is – waarschijnlijk teleurstellend maar waar – dat het er vanaf hangt. Het eindresultaat hangt in sterke mate af van de gekozen signaal bron en het beschikbare beeldscherm en er is helaas niet op voorhand te zeggen of een analoge of digitale verbinding een beter beeld zal opleveren. Het kan zelfs zo zijn dat uw DVD speler beter beeld geeft via de HDMI kabel terwijl uw satelliet ontvanger of kabel decoder op hetzelfde beeldscherm een beter resultaat geeft via de Component Video verbinding. Het blijft dus verstandig om in de praktijk grondig te testen wat bij uw specifieke combinatie van apparatuur het beste eindresultaat oplevert.

Bron: Blue Jeans Cable