Cookies




HDTV status onderzocht door Universiteit Urecht

10 juni 2009 08:01 door Hans Wind

HDTV status onderzocht door Universiteit UrechtIn haar recent gepubliceerde rapport geeft Eva Baaren de tussentijdse resultaten weer van haar promotieonderzoek gericht op de verspreiding van HDTV in Nederland.

Het laat zien dat de trage vooruitgang die deze diffusie tussen 2006 en 2008 kende, het effect is van verschillende factoren. Zo lag volgens het rapport de focus van omroepen en distributeurs meer op digitale televisie dan op HDTV. Deze situatie heeft doorgewerkt bij de consument, waar wel behoefte bestaat aan HD TV kenmerken, maar het tot dusver ontbreekt aan kennis, positieve berichtgeving, en een goed aanbod van abonnementen die HDTV bieden.

Volgens het gepubliceerde rapport is er op HD TV gebied in Nederland nog veel terrein te winnen. Eva stelt in de conclusies en aanbevelingen van haar rapport:
“Tussen 2006 en 2008 is de diffusie van HDTV zeer langzaam op gang gekomen. Aan de aanbodzijde van de televisieketen was er wel het besef dat HDTV onvermijdelijk zou komen, maar is er geen haast geweest bij de uitrol ervan.

Hoewel de mogelijke meerwaarden van HD voor de creatieve industrie (zoals nieuwe esthetiek, de combinatie met interactieve toepassingen en tekst) wellicht wel worden herkend, bepalen zij tot nu toe niet de snelheid waarmee HDTV uitgerold wordt. Deze snelheid wordt wel bepaald door de ervaringen van bestaande organisaties in het medialandschap waarin de nieuwe technologie zich bevindt. Voor de commerciële omroepen geldt dat HD niet wordt gezien als een technologie die tot een verhoging van inkomsten zal leiden. Voor de Publieke Omroep spelen de ervaringen uit het recente verleden met digitale televisie een rol. Ook de distributeurs gaan uit van strategieën waarbij de omschakeling naar het digitale signaal prioriteit heeft boven (en vanwege een beperkte bandbreedte uiteindelijk ook een voorwaarde is voor) de uitrol van HD abonnementen. Als gevolg van de versnipperde aandacht die HDTV vanuit de aanbodzijde van de keten tot nu toe heeft gekregen, bestaat het HD-aanbod slechts uit een aantal buitenlandse zenders, welke te ontvangen zijn als pluspakket werden verkocht bovenop digitale televisie abonnementen. Tevens heeft de marketing en publieke aandacht voor HDTV, afgezien van het WK 2006 en het EK 2008, op een laag pitje gestaan.

De hierboven geschetste situatie is niet alleen een gevolg van institutionele besluiten, maar biedt ook een verklaring voor de huidige kennis en adoptie-intentie van de consument. Hoewel het merendeel van de consumenten zich wel bewust is van het bestaan van HDTV en ook een relatief grote behoefte heeft aan een scherper beeld en beter geluid, valt er aan kennis van de randvoorwaarden om HDTV in huis te ontvangen nog een hoop te winnen. Gevestigde organisaties binnen en buiten de keten (zoals de overheid en onafhankelijke consumentenverenigingen) kunnen hierbij een belangrijke informerende rol spelen. Wanneer omroepen en distributeurs nieuwe ontwikkelingen op HDTV-gebied aankondigen zal een deel van de kennis vanzelf toenemen door de toename van informatie die er door deze partijen, de nieuwsmedia en uiteindelijk de directe sociale omgeving wordt verstrekt. Of daarmee de verwarring bij de consument afneemt over de verschillen tussen digitale televisie en HDTV blijft daarbij nog wel de vraag. Zolang deze twee systemen door verschillende beleidsstrategieën in de keten naast elkaar blijven bestaan, zal er actief aandacht moeten worden besteed aan duidelijke informatieverstrekking naar de consument. Daarnaast is het binnen de keten van belang de prijs en het aanbod goed af te stemmen. De adoptie-intentie van consumenten ligt zeer waarschijnlijk hoger wanneer beter beeld en geluid kunnen worden gecombineerd met VOD. De hoeveelheid ‘favoriete programma’s’ die daarbij voor de consument in HD te zien is, hoeft daarbij niet meteen op 100% te liggen. Het lijkt voorlopig meer van belang dat een deel van de content van Nederlandse bodem in HD uitgezonden wordt, en dat daarover gecommuniceerd wordt.”

Bron: “Tussen Belangen en behoeften”, Eva Baaren 2009